Op 29 januari 2015 nam een meerderheid in het Franse parlement een voorstel tot wetswijziging aan over beperkingen, transparantie en dialoog op het gebied van blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV) van mobiele telefonie en draadloos internet. Het voorstel is ook bekend onder de naam van de oorspronkelijke indienster, de afgevaardigde Abeille.
De belangrijkste motivatie voor het oorspronkelijke voorstel was bezorgdheid bij leden van de bevolking over mogelijke gezondheidseffecten van RF-EMV. Een minderheid van het parlement stemde tegen omdat men vond dat de wijzigingen onnodig angst zouden genereren en de digitalisering zouden bemoeilijken.
Inhoudsopgave
Belangrijkste wijzigingen zijn:
- Bij de verkoop van mobiele telefoons moeten de SAR-waarde en de mogelijkheden om de blootstelling te verlagen, zoals het gebruik van een oortje, worden vermeld. Reclame die het gebruik van mobiele telefoons zonder deze hulpmiddelen aanmoedigt, wordt verboden.
- Draadloos internet (Wi-Fi) wordt verboden in ruimten die speciaal bedoeld zijn voor opvang van kinderen jonger dan 3 jaar. In klaslokalen waar kinderen verblijven die ouder dan 3 jaar zijn, moet deze apparatuur worden uitgeschakeld wanneer deze niet voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt.
- De gebruiksaanwijzing van internetapparatuur moet begrijpelijke informatie bevatten over de mogelijkheid om de draadloze verbinding uit te schakelen.
- In gebouwen of ruimten waar Wi-Fi-voorzieningen worden aangeboden, moet dat bij de ingang worden aangegeven.
- Het Franse ‘Agentschap Telecom’ meet jaarlijks de sterkte van RF-EMV (telecommunicatiesignalen), maakt deze resultaten openbaar en geeft aan waar de velden sterker zijn dan de gangbare waarden. Op die plaatsen moeten de aanbieders van mobiele telecommunicatie technisch haalbare maatregelen nemen om de sterkte van de velden te verminderen, maar wel zo dat de dekking en kwaliteit van de diensten gegarandeerd blijft.
- Vóór plaatsing of wijziging van zendinstallaties die RF-EMV produceren dienen de omwonenden te worden geïnformeerd en de gelegenheid te krijgen om reacties in te dienen. Als het bevoegd gezag oordeelt dat bemiddeling nodig is, kan het daarvoor een overleg organiseren.
Hiervoor zijn de wet op nationale verplichtingen voor het milieu en het wetboek voor post en telecommunicatie gewijzigd.