Op 1 oktober 2014 heeft de Belgische Hoge gezondheidsraad (HGR) een nieuw advies afgerond over mobiele telefonie en gezondheid met speciale aandacht voor de 4e generatie mobiele telefonie (4G).
In dit advies wordt een uiteenzetting gegeven over de mogelijke gezondheidsrisico’s van mobiele telefonie en met daarbij speciale aandacht voor de 4G. Het is een actualisatie van een advies dat in 2000 is gegeven. Sindsdien zijn enkele duizenden onderzoeken over het onderwerp gepubliceerd. Desondanks is de vraag ‘Is blootstelling aan RF EMV van draadloze-communicatiesystemen schadelijk voor de gezondheid?’ niet met een eenduidig ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden.
Inhoudsopgave
Samengevat is de HGR van mening dat:
- De eerdere aanbevelingen van de HGR, waaronder de aanbevolen gezondheidskundige blootstellingslimieten, nog steeds geldig zijn. Deze aanbevolen blootstellingslimieten zijn, vanuit het voorzorgbeginsel, minstens een factor 100 (in vermogen) en minstens een factor 10 (in veldsterkte) lager dan de limieten die in Nederland worden gehanteerd en die uitgaan van de Europese aanbeveling voor leden van de bevolking. De werkelijke blootstelling is in België gemiddeld overigens van dezelfde orde van grootte als die in Nederland.
- De toepassing van het voorzorgsbeginsel een middel is om onherstelbare schade aan de volksgezondheid te voorkomen.
- De 4G systemen geen bijzondere kenmerken hebben en dat de eerdere aanbevelingen daarop niet aangepast hoeven te worden.
- Door het toegenomen gebruik van draadloze communicatie in termen van de hoeveelheid uitgewisselde informatie, de toename van de blootstelling niet beduidend zal zijn indien tijdig de oudere draadloze-communicatietechnologieën worden vervangen door nieuwere systemen zoals 4G. Oudere systemen geven meer blootstelling aan elektromagnetische velden bij dezelfde hoeveelheid uitgewisselde informatie.
- De relatie tussen draadloze communicatie en volksgezondheid in een breder perspectief gezien moet worden. De HGR geeft daarvoor de volgende motivatie. De sterke toename van het gebruik van het internet en onderlinge communicatie ’altijd en overal’ leidt tot andere sociale patronen en tot een veranderd gedrag. Die ontwikkeling kan de volksgezondheid zowel positief als negatief beïnvloeden, maar het wetenschappelijk onderzoek daarnaar is nog beperkt. De verschuiving van het gebruik naar steeds jongere leeftijden verdient speciale aandacht en onderzoek naar deze aspecten van draadloze-communicatietechnologieën dient te worden gestimuleerd. In het Kennisbericht ‘Kinderen en mobiele communicatie’ (http://www.kennisplatform.nl/actueel/14-12-15/Kinderen_en_mobiele_communicatie.aspx) gaat het Kennisplatform ook in op mogelijke andere effecten van mobiele communicatie.