Skip to content Skip to sidebar Skip to footer

Gezondheidsraad ziet geen bewijs voor negatieve effecten mobiel telefoongebruik op de ontwikkeling kinderhersenen

Op 18 oktober 2011 heeft de Commissie Elektromagnetische Velden van de Gezondheidsraad een advies uitgebracht over de invloed van zendsignalen op hersenen van kinderen. De raad ziet geen bewijs voor negatieve effecten.

Eerste indruk

De Gezondheidsraad heeft geen bewijs gevonden dat blootstelling aan zendsignalen van mobiele telefoons, telefoniemasten of Wifi-installaties nadelige kortetermijneffecten heeft op de ontwikkeling en het functioneren van de hersenen van kinderen. De raad geeft daarbij aan dat er nog steeds relatief weinig gegevens van onderzoek naar kinderen beschikbaar zijn. De Gezondheidsraad ziet geen redenen om voor kinderen andere blootstellingslimieten voor te stellen dan voor volwassenen.

Overigens adviseert de Gezondheidsraad wel de huidige in de praktijk gehanteerde referentiewaarden, die van de blootstellingslimieten zijn afgeleid, aan te passen. De aanpassing houdt rekening met de resultaten van verbeterd onderzoek naar de energieopname van elektromagnetische velden (EMV) in relatie tot de ontwikkeling en bouw van het lichaam. De aanpassing heeft geen betekenis voor de veldsterkte van zendmasten en Wifi-installaties, die in de praktijk onder de nu geadviseerde waarde van 28 V/m ligt. Wel zullen overheden moeten beslissen hoe zij met dit advies omgaan in het licht van de geldende referentiewaarden en Europese productstandaarden.

Achtergrond

De Gezondheidsraad heeft in eerdere adviezen geconstateerd dat er weinig gegevens zijn over EMV en kinderen. In het huidige advies zijn enkele recente onderzoeken verwerkt. De raad heeft ook onderzoek met gekweekte cellen en met dieren beoordeeld. Voor het onderzoek naar de effecten van radiofrequente velden op de ontwikkeling en het functioneren van de hersenen bij kinderen is nog steeds relatief weinig gepubliceerd.
In de huidige wetenschappelijke kennis ziet de raad geen aanleiding om voor kinderen andere limieten te hanteren dan voor volwassenen. De Gezondheidsraad benadrukt dat in de huidige limieten al voldoende rekening is gehouden met kwetsbare groepen, zoals kinderen.

Bij de vaststelling daarvan zijn ruime veiligheidsmarges gehanteerd (ze zijn vijftig keer lager dan het niveau waarboven gezondheidseffecten kunnen optreden, zie kader). Ook concludeert de raad dat zendsignalen geen invloed lijken te hebben op het gedrag, leerprestaties en waarnemend vermogen van kinderen. Nieuwe inzichten in anatomische verschillen tussen kinderen en volwassenen vragen volgens de raad wel om aanpassing van de rekenvoorschriften waarin referentiewaarden voor de praktijk afgeleid worden uit de (piek-)SAR waarde.

Ook interessant om te lezen: